Impuls 4 – Eeuwigheidszondag

Wanneer gedenken we?

Aan het einde van het jaar zijn we geneigd om terug te kijken naar wat geweest is. Ook in de kerk doen we dat, door degenen die in het voorbije jaar gestorven zijn te gedenken. In verschillende kerken gebeurt dit echter op verschillende momenten. Ook in de samenleving zien we dat er, meestal in november, gedacht wordt aan dierbare gestorvenen. Goed om eens de geschiedenis in te duiken en verschillende argumenten voor de diverse momenten op een rijtje te zetten.

1 november Allerheiligen
Op 1 november is het Allerheiligen. Al sinds de vierde of vijfde eeuw worden met Allerheiligen alle martelaren van de kerk herdacht. Oorspronkelijk gebeurde dat op 18 mei, maar in 844 verplaatste paus Gregorius IV het hoogfeest naar 1 november, de datum waarop volgens de regel van Benedictus de winterperiode begon.

2 november Allerzielen
In de 10e eeuw riep abt Odilo van Cluny de gelovigen in Bourgondië op om daags na Allerheiligen alle gestorvenen te gedenken, waarbij hij zich baseerde op een oude monastieke traditie uit Spanje. Pas sinds de 14e eeuw wordt Allerzielen algemeen gevierd.

In de tijd van Luther
In de tijd van Luther was het dan ook gebruikelijk om op 1 november Allerheiligen te vieren en op 2 november Allerzielen. Rond die tijd stalde keurvorst Frederik de Wijze zijn omvangrijke collectie van 19.000 relieken uit bij de Slotkerk in Wittenberg. Dat trok veel publiek, want men geloofde dat een wandeling langs deze relieken de tijd in het vagevuur kon bekorten. Niet voor niets koos Luther ervoor zijn 95 stellingen tegen de aflaten aan de vooravond van Allerheiligen op de deur van diezelfde Slotkerk te publiceren.

De reformatie
De angst voor dood en vagevuur werd overwonnen door de benadrukking van de genade door Luther. Met Allerzielen hoefde men dus niet meer te bidden voor hen die in het vagevuur verbleven. Ook werd er anders tegen heiligen aangekeken. Wie gedoopt is, hoort bij de heiligen. En aan sommige heiligen kunnen we een voorbeeld nemen, maar via hen tot God bidden is niet nodig. Christus is onze enige middelaar. Daarmee kregen Allerheiligen en Allerzielen geen plaats in de protestantse traditie.
In de kerken van de Reformatie bleek toch ook behoefte te bestaan om de doden te gedenken. In sommige Calvinistische kerken gebeurde, of gebeurt dit nog steeds, op Oudejaarsavond. Dat is echter nogal een beladen moment, met een enorm contrast als daarna het jaar nog feestelijk afgesloten wordt. Bovendien heeft de wisseling van kalenderjaar niets te maken met het kerkelijk jaar.

Eeuwigheidszondag – Totensonntag
Koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen stelde in 1816 de ‘Totensonntag’ in op Eeuwigheidszondag, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Hij deed dit om gevallenen in bevrijdingsoorlogen te gedenken, maar door de Landeskirchen in Duitsland werd dit gebruik overgenomen om als protestantse tegenhanger van Allerzielen. Zo is het gedenken van overledenen op Eeuwigheidszondag een Luthers gebruik, dat inmiddels door veel kerken met een Calvinistische achtergrond is overgenomen.

Welk proprium?
In het Duitse Evangelisches Gottesdienstbuch staan voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar dan ook twee verschillende orden, namelijk die voor Eeuwigheidszondag, waarop de wederkomst van Christus en de uiteindelijke verlossing van de gehele schepping centraal staan, en die voor Totensonntag, die in het teken staat van een dubbel gedenken: de gestorvenen worden herdacht én het gaat over de hoop op God, die van eeuwigheid tot eeuwigheid alles in handen houdt.

In het Dienstboek van de Protestantse Kerk, en ook in het Luthers Dagboek, is een andere keuze gemaakt. De lezingen die passen bij het gedenken van de overledenen staan vermeld bij 1 november. De lezingen voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar op zowel het eenjarige Lutherse rooster als op het oecumenisch leesrooster gaan over de wederkomst van Christus. Maar in het Dagboek staat bij 1 november, Allerheiligen, vermeld dat deze lezingen ook op Eeuwigheidszondag gelezen kunnen worden, wanneer er dan herdacht wordt.
Dat laatste lijkt mij in ieder geval zinvol. Het noemen van de namen van geliefde overledenen kan veel emotie oproepen. Wanneer er dan tamelijk moeilijke en zware lezingen klinken, kan dit, zeker voor familieleden die niet vaak in de kerk komen, vervreemdend werken. Op de twee zondagen vóór Eeuwigheidszondag gaat het ook al over de Voleinding, dus in die zin is er alle ruimte om de Eeuwigheidszondag als ‘dodenzondag’ te behouden.

Aan de andere kant is er niets op tegen om rond 1 november de gestorvenen te gedenken. Er zijn geen Bijbelse argumenten om dit op Eeuwigheidszondag te doen en vanuit oecumenisch perspectief én vanuit de aansluiting bij de seculiere samenleving zou het wenselijk kunnen zijn om voor dat moment te kiezen. Willen we alleen overleden gemeenteleden noemen, of is er ook gelegenheid om anderen te gedenken? Willen we misschien zelfs de kerk openstellen voor mensen uit de omgeving, die misschien niet kerkelijk zijn?
Dit zijn niet zozeer liturgische overwegingen, maar eerder gedachten in het kader van gemeenteopbouw of van diaconale aard. Iedere gemeente kan hierin een eigen afweging maken, maar hopelijk geeft dit artikel daarbij stof tot nadenken.

Ds. Hetty Brederoo

Download de hele impuls en LEES VERDER: Impuls-4 Eeuwigheidszondag.